Weblog

Bootvluchtelingen Middellandse Zee

maandag 20 mei 2019

Mali

De stichting O-O onderzoekt of niet-gouvernementele organisaties als Artsen Zonder Grenzen en/of de Europese Commissie, in de persoon van eerste vicevoorzitter Frans Timmermans, juridisch vervolgd kunnen worden voor schuldige nalatigheid de dood ten gevolge hebbende. Sinds het aantreden van Timmermans op 1 november 2014 zijn meer dan 15.000 migranten/vluchtelingen verdronken of vermist bij de oversteek naar de Europese Unie (bron: Missing Migrants Project). Het betreft de grootste humanitaire ramp aan de Europese grenzen sinds de burgeroorlog in voormalig Joegoslavië van de jaren 90.

Het begint zo: Op vrijdag 21 april 2017 is er aangifte gedaan bij de Landelijke Recherche op het politiebureau in Den Bosch door de stichting Onderzoek Oorlogsmisdaden mede namens tientallen nabestaanden van slachtoffers uit Mali. Dood door schuld, artikel 307 van het Wetboek van Strafrecht, wordt eurocommissaris Frans Timmermans (aangetreden op 1 november 2014) verweten en hulporganisatie Artsen Zonder Grenzen idem dood door schuld, uitlokking en mensensmokkel, artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht. Ook is verzocht onderzoek te doen naar schepen van hulporganisaties als Sea-Watch en Jugend Rettet die voor korte of langere tijd hebben gevaren met schepen onder Nederlandse vlag bij het oppikken van migranten.

Het overgrote deel van de omgekomen migranten vertrok vanuit Libië, hoewel het aantal verdrinkingen uit de kust van Marokko in 2017 en 2018 sterk toeneemt. Een vraag die de stichting stelt is waarom wordt door de ngo's en EC niet harder gewaarschuwd voor de enorme grote risico's, zoals bijvoorbeeld wel bij besmettelijke ziekten en riskante situaties in het verkeer? Ook meent de stichting dat er sprake is van uitlokking door de zogenaamde 'pull factor'. Dat is de aantrekkingskracht van de ngo-boten op migranten en smokkelaars. Zo bepaalt het Automatic Identifation System, af te lezen op internet, exact waar een 'reddingsschip' zich ophoudt en de gok de moeite waard is, met alle mislukkingen vandien. Het EU-uitzetbeleid dat nauwelijks van de grond komt, bevordert bovendien het risico dat migranten nemen, want eenmaal binnen stuurt niemand je terug, zo lijkt de gedachte.

Het Landelijk Parket in Zwolle heeft op 16 juni 2017 laten weten dat de zaak 'in behandeling' is genomen. De naam van het onderzoek luidt 'Allingham'. De Officier van Justitie bij de zaak heet Petra Hoekstra. 

Op 3 augustus 2017 heeft de betrokken parketsecretaris medegedeeld dat er een 'oriënterend feitelijk onderzoek' loopt. De zaak is, zo stelt zij, 'ingewikkeld' en 'er is contact met de Italiaanse autoriteiten'. Op 6 oktober 2017, bijna zes maanden na de aangifte, laat het OM weten dat de zaak 'nog volop in onderzoek' is. 'Het vergt de nodige tijd door het internationaal niveau van de informatieverzameling.' Op vrijdag 15 december 2017 heeft de stichting op verzoek van de Marechaussee een 'aanvullende aangifte' gedaan. Op 12 maart 2018 maakt het OM bekend: 'Wij zijn nog niet zo ver dat we de onderzoeksresultaten naar buiten kunnen brengen.' 

Op 20 april 2018 is een jaar verstreken na de aangifte. In deze periode april 2017-april 2018 zijn naar schatting 2.500 migranten in de Middellandse Zee omgekomen dan wel vermist. Ter vergelijking: Aan de Australische kust, zover bekend uit cijfers van Missing migrants Project, is in deze periode geen enkele migrant verdronken. Australië kent een streng migratiebeleid maar daarentegen geen massaverdrinkingen. Waarmee is aangetoond dat de politiek, zoals uitgevoerd door de Europese Commissie, wel degelijk aansprakelijk gesteld kan worden voor de ramp aan de grenzen van de Europese Unie. De opmerking dat de situatie tussen de Europese Unie en Australië niet vergelijkbaar is omdat het aantal zeemijlen tussen het vertrekpunt en de plek van aankomst verschilt (tussen Afrika en Europa is de afstand veel kleiner dan tussen bijvoorbeeld Indonesië en Australië), snijdt geen hout omdat de migranten op de Middellandse Zee vaak net buitengaats worden opgepikt door 'reddingsschepen', wat de totale afstand irrelevant maakt. Nog een vergelijk. Aan de VS-Mexicaanse grens, tevens een locatie met veel drugscriminaliteit, zijn tot eind september 2018 zo'n 300 dode migranten over 2018 geregistreerd, ruwweg eenzesde in dezelfde periode aan de Europese zuidgrenzen. Wat nogmaals onderstreept dat er iets fundamenteels fout zit met de EU-aanpak. 

Op 23 juli 2018 maakt de officier van Justitie bekend dat het een 'juridisch complexe kwestie' betreft. En dat het wellicht tot september of oktober 2018 duurt voordat ze uitsluitsel kan geven. 

Op 11 augustus 2018 heeft de stichting aan de Nationale Ombudsman gevraagd het Nederlands Openbaar Ministerie tot spoed te manen. De motivatie: deze verdrinkingen vormen de grootste humanitaire ramp aan de Europese EU-grens sinds de oorlog in voormalige Joegoslavië van de jaren negentig en nagenoeg iedere instantie kijkt de andere kant op. Op 7 september 2018 deelt de Ombudsman mee dat de 'klacht bij het Openbaar Ministerie [is] uitgezet'. Op 9 november 2018 (met een herhaling op 30 november 2018) deelt de Nationale Ombudsman mee, op verzoek van de stichting per e-mail d.d. 3 november 2018, dat bij het OM nogmaals wordt geïnformeerd naar de stand van zaken inzake aangifte/onderzoek. Op 14 november 2018 deelt het kantoor van de OvJ mee dat op verzoek van het ministerie van Justitie een bestuurlijke rapportage -naar aanleiding van een WOB- wordt opgesteld die binnen een maand zal worden verstrekt. (Bestuurlijke rapportages volgen op signalen dat criminelen tussentijds profiteren van punten die onderdeel uitmaken van een onderzoek.) Op 28 december 2018 is door de stichting per e-mail aan het Landelijk Parket in Zwolle gevraagd waar de rapportage blijft. Op 8 januari 2019 meldt de Nationale Ombudsman de stichting dat een herhaling van het verzoek om duidelijkheid naar het Landelijk Parket zal worden gestuurd. Op woensdag 16 januari 2019 maakt de OvJ bekent dat het bestuurlijk signaal een week eerder, op donderdag 10 januari 2019, naar de minister van Infrastructuur en Waterstaat is gegaan en de week van de 16e of de week erop in de Tweede Kamer wordt besproken. Op 18 januari 2019 zijn volgens cijfers van Missing Migrants Project ruim 80 migranten dat jaar op weg naar Europa verdronken. Vijf jaar eerder, in de eerste 18 dagen van 2014 en dus voor het aantreden van Frans Timmermans, is zover bekend geen enkele migrant in de zee bij een tocht naar Europa gestorven. 

Het Missing Migrants Project maakt bekend dat in 2018 zo'n 2.242 migranten zijn omgekomen bij het oversteken naar Europa via de zuidelijke route. Sinds het indienen van de aangifte door de stichting tegen Frans Timmermans en ngo's op 21 april 2017 zijn door de gevoerde politiek naar schatting 4.300 migranten in de Middellandse Zee bij hun reis omgekomen, voor de Australische kust zover bekend geen. 

Op 23 januari 2019 stuurt het Landelijk Parket Zwolle de stichting een ‘bestuurlijk signaal’ van 24 september 2018 gericht aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat dat handelt over «Search and Rescue Operations op de Middellandse Zee». 

Een conclusie luidt: 'Op de Middellandse Zee zijn non-gouvernementele organisaties (ngo’s) actief betrokken bij de uitvoering van Search and Rescue operations (SAR-operaties) van bootvluchtelingen. Er zijn ngo’s die varen met schepen die gehuurd of in eigendom zijn van Nederlandse rechtspersonen, in Nederland geregistreerd zijn en/of een Nederlandse vlag voeren. Zij nemen een substantieel deel van de SAR operaties op de Middellandse Zee voor hun rekening. Bij de uitvoering van deze activiteiten maken enkele ngo’s zich mogelijk schuldig aan (hulp bij) mensensmokkel en/of dood door schuld.’ 

Daarna gaan de conclusies vooral over een betere registratie van de boten, de categorisering van en de eisen die aan deze schepen gesteld mogen worden ter bevordering van de veiligheid van bemanning en migranten. Op 17 januari 2019 stuurt de minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga, een brief (31 409, nr. 217) aan de Tweede Kamer waarin onder meer staat: ‘Het signaal «Search and Rescue Operations op de Middellandse Zee» beschrijft de situatie dat sommige schepen op de Middellandse Zee de indruk wekken dat zij onder Nederlandse vlag varen, terwijl dit feitelijk niet het geval is. Ook wordt gesteld dat aan sommige schepen die wel onder Nederlandse vlag varen onvoldoende eisen gesteld worden, omdat deze als pleziervaartuig geregistreerd staan.' 

Behalve de constatering dat duidelijkere registratie gewenst is bij Nederlandse ngo-schepen lijkt 21 maanden na aangifte niets te bewegen bij het Openbaar Ministerie, het ministerie van IenW of de Tweede Kamer. 

Op 23 januari 2019 is in een mail gericht aan het Landelijk Parket Zwolle opnieuw -mede namens de nabestaanden in Mali- gevraagd wanneer uitsluitsel komt over de aangifte van 21 april 2017.

Op 28 januari 2019 is een mail verstuurd naar de Nationale Ombudsman waarin wordt gewezen naar de eerste brief van de Nationale Ombudsman aan het OM Zwolle, 4,5 maand geleden. Die heeft niet tot duidelijkheid geleid. In de mail aan de Nationale Ombudsman wordt verzocht om bij het OM nogmaals het spoedeisend karakter van de zaak te onderstrepen. Op 30 januari 2019 antwoordt de Nationale Ombudsman dat binnen twee weken een 'inhoudelijke reactie' naar de stichting zal worden gestuurd. 

Op 5 februari 2019 laat de zaakofficier te Zwolle aan de stichting weten dat ze hoopt 'binnen twee maanden antwoord te kunnen geven.'

Op 8 februari 2019 laat de Nationale Ombudsman weten dat het OM is verzocht om de klacht van de stichting Onderzoek Oorlogsmisdaden, over het lange uitblijven van een beslissing, 'formeel te behandelen. Wij hebben het OM op 7 februari 2019 gevraagd zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, op dit verzoek te reageren,' aldus de Nationale Ombudsman. Op 22 februari 2019, dus twee weken later, heeft de stichting nog geen reactie ontvangen.  

Op 28 februari 2019 belooft de Ombudsman op telefonisch verzoek van de stichting nogmaals contact op te nemen met het OM in Zwolle. Op 8 maart 2019 meldt de Nationale Ombudsman dat niet is gelukt de contactpersoon van het OM te bereiken en dat een email naar het OM is gestuurd met daarin het verzoek om een bevestiging dat het OM de klacht inderdaad in behandeling heeft genomen en 'op welke termijn' de stichting een reactie van het OM kan verwachten. 

Op 25 maart 2919 staat het aantal dode/vermiste migranten in de Middelandse Zee dit jaar op op 289. Aan de Mexicaanse/VS-grens bedraagt dat aantal eenzesde, namelijk 29. Aan de Australische grens is zover bekend dit lopende jaar geen enkele migrant gestorven bij een poging het land binnen te komen.

Gerekend naar de cijfers van het IOM/Missing Migrants Project tot 25 maart 2019 zijn sinds het aantreden van Frans Timmermans op 1 november 2014 als vicevoorzitter van de Europese Commissie meer dan 15.000 mensen aan de grenzen van de EU omgekomen dan wel vermist bij een poging binnen te komen. Gerekend naar de cijfers van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR ligt het aantal doden/vermisten over dezelfde periode zo'n duizend personen lager. 

Op 27 februari 2019 is er een gesprek geweest met Officier van Justitie mevrouw P.F. Hoekstra in Zwolle over de aangifte van 21 april. Daaruit is het volgende uitgekomen. 

Eerst de zaak Frans Timmermans. Sinds zijn aantreden als vicevoorzitter van de Europese Commissie op 1 november 2014 als hoogste verantwoordelijk ambtenaar inzake migratie zijn volgens cijfers van het IOM meer dan 15.000 mensen verdronken of vermist die de Europese Unie wilden binnenkomen, met name via de Middellandse Zee. Ondanks zijn politieke verantwoordelijkheid wil het Nederlandse OM de heer Frans Timmermans niet vervolgen omdat EU-ambtenaren immuniteit genieten op grond van artikel 11 van het zevende Protocol die ambtenaren en overige personeelsleden van de Unie vrijstellen ‘van rechtsvervolging voor hetgeen zij in hun officiële hoedanigheid hebben gedaan, gezegd of geschreven’. 

De stichting Onderzoek Oorlogsmisdaden gaat na of deze regel standhoudt bij de hallucinante aantallen doden die zijn gevallen en zoekt daarbij naar jurisprudentie uit bijvoorbeeld de Tweede Wereldoorlog.

Dan de zaak van de ngo-schepen die met hun de pull factor van hun ‘reddingsschepen’ volgens de stichting verantwoordelijk zijn voor veel verdrinkingen. Er zijn twee onderzoeken geweest van het Nederlandse OM in Italië die daarmee benadrukt dat justitie het een belangrijk onderwerp vindt. Volgens de OvJ zitten Nederlanders op schepen maar maken zich niet aan strafbare feiten schuldig, al houdt ze een slag om de arm voor de toekomst in verband met mogelijk mensensmokkel. Voor het OM is het niet mogelijk een link te leggen tussen slachtoffers en Nederland en ook is niet duidelijk waar ze zijn overleden.

Op 20 mei 2019 is het ngo-schip Sea-Watch 3, dat vaart onder de Nederlandse vlag, in Italië aan de ketting gelegd.

En dan de stand van zaken. Van de ongeveer tien ngo-schepen voor de kust van Libië in de jaren 2016-2017 vaart er momenteel  geen één. Het aantal verdrinkingen is dan ook sinds jaren niet zo laag geweest. Mede door de aandacht die de stichting aan de zaak heeft gegeven is er een bestuurlijk signaal uitgegaan over de schepen onder Nederlandse vlag waardoor boten van Sea-Watch niet meer mogen varen, ze zijn namelijk niet uitgerust voor reddingsoperaties. Al twee jaar ligt het ngo-schip van Jugend Rettet, dat vaart onder Nederlandse vlag, aan de ketting in een Italiaanse haven. De bemanning komt deze zomer voor de Italiaanse rechter. Dat belemmert wel Nederlandse bemoeienis, want je mag niet tweemaal worden vervolgd voor een strafbaar feit.  

Als commentaar meent de stichting dat de actie ‘Bootvluchtelingen Middellandse Zee’ duidelijk al successen heeft geboekt. ‘Reddingsschepen’ varen niet meer voor de Libische kust en het eerste proces tegen een ngo staat gepland, waarschijnlijk zullen meer processen volgen omdat de ngo-uitvoerders zullen wijzen naar de Europese politieke verantwoordelijkheid c.q. Frans Timmermans. Kortom: het laatste woord is nog niet gezegd over deze trieste zaak. 

Zie opinie-artikel de Volkskrant Verdrinken migranten is schuld van Europese Unie van 26 juni 2017. 

Voor de goede orde: bewustwording van het vele lijden voor de nabestaanden en het dodelijk politiek fatalisme zijn belangrijke redenen voor de inzet van de stichting in deze zaak. Het eindoordeel of een organisatie dan wel een persoon schuldig is, laten we over aan de rechter.

Tot die tijd blijft uw hulp essentieel. Doneer via de site O-O of via crowdfundingplatform, met iDEAL, Kentaa !!